CO₂-Prestatieladder 

Spaarnelanden wil - nu, en voor de toekomst - de motor zijn achter een duurzame en plezierige leefomgeving voor burgers en bedrijven. Onze nieuwe visie en strategie vormen ons antwoord op de noodzaak dat we werk maken van duurzaamheid, klimaatadaptatie en nieuwe vormen van mobiliteit. Spaarnelanden slaat daarom de komende jaren nadrukkelijker de weg in van innovatie.

Als overheids nv zijn wij bij uitstek in staat om de brug te slaan tussen overheidsbeleid en het bedrijfsleven. Met name rond smart-city en mobiliteit wordt de wereld dermate complex, dat regie vanuit een neutrale, maatschappijgerichte partij de komende jaren essentieel is.

Spaarnelanden werkt in de openbare ruimte. Dat stelt hoge eisen aan de kwaliteit en veiligheid van ons werk. We borgen dit met een geïntegreerd kwaliteits-, veiligheids- en milieumanagementsysteem, dat intern voor iedere medewerker via intranet toegankelijk is. Sinds 2015 zijn we ISO 9001 (kwaliteit) en sinds 2017 voor ISO 14001 (milieu) gecertificeerd. Binnen onze duurzaamheidskaders heeft ook de CO₂-Prestatieladder de aandacht. 

CO₂-Prestatieladder

Met de CO₂-Prestatieladder, wil Spaarnelanden aantonen dat het bewust omgaat met energie en CO₂-uitstoot. Wij zien het als onze taak om de impact van onze bedrijfsactiviteiten op het klimaat te onderkennen en te reduceren. In 2014 zijn wij daarom gestart met het systematisch en structureel in kaart brengen van de CO₂-emissies van onze bedrijfsvoering. 

Doel

Binnen de bedrijfsvoering en in de keten kan nog veel winst worden behaald in energiebesparing, het efficiënt gebruik van materialen en de toepassing van duurzame energie. In het Duurzaamheidsplan wordt beschreven hoe Spaarnelanden haar positie op het gebied van duurzaamheid in kaart wil brengen en verbeteren. Onderdeel hiervan is de certificering op trede 5 van de CO₂-Prestatieladder.

CO₂-footprint

Met de inzet van de CO₂-Prestatieladder laat Spaarnelanden zien dat duurzaamheid en CO₂-reductie centraal staat in de onderneming. Het jaarlijks monitoren van de CO₂-voetafdruk biedt ons bedrijf de kans om te sturen op reductiemaatregelen, de bewustwording bij medewerkers en klanten te vergroten en de bedrijfsvoering te verduurzamen.

Spaarnelanden heeft het energiegebruik van haar bedrijfsgebouwen en het brandstofgebruik van haar wagenpark in kaart gebracht. Op basis hiervan is de CO₂-footprint van Spaarnelanden bepaald: het totaal aan CO₂ dat jaarlijks wordt uitgestoten. 

De werkzaamheden van Spaarnelanden hebben in 2017 (nieuw basisjaar) geleid tot de volgende emissies:

CO₂-emissies 2017
 Scope 1 - direct  1.902 ton CO₂
 Scope 2 - indirect SPL  24 ton CO₂
 Scope 3 - indirect derden  20.769 ton CO₂

De emissies in scope 1 en 2 worden door SPL zelf veroorzaakt uit direct en indirect energiegebruik. De emissies in scope 3 worden door derden veroorzaakt maar wel als gevolg van SPL activiteiten.

Doorgroeien van trede 3 naar trede 5

Spaarnelanden heeft zich in 2015 gecertificeerd op trede 3 van de Prestatieladder. In de daaropvolgende jaren is duidelijk geworden dat emissiereductie in scope 1 lastig is te behalen. Vanuit de landelijke VANG-doelstelling voor afvalinzameling moet de gemeente Haarlem, en dus Spaarnelanden, zich inspannen om tot 75% gescheiden inzameling van huishoudelijk afval te komen. Dit betekent meer gescheiden inzameling waarvoor meer kilometers moeten worden gereden waardoor het brandstofgebruik voor inzameling eerder stijgt dan daalt.

Aan de andere kant betekent deze doelstelling een grote verschuiving in de verwerking van het door Spaarnelanden ingezamelde afval. Huishoudelijk restafval wordt verbrand in een afvalenergiecentrale waarbij veel CO₂-emissies vrijkomen. Recycling van gescheiden ingezamelde afvalstromen leidt tot materiaalbehoud en minder CO₂-emissies. Meer gescheiden inzameling leidt tot een afname van de stroom restafval en dus tot een netto daling van de emissies. Deze verschuiving vindt plaats in de zogenaamde upstream processen die in de CO₂-Prestatieladder zijn ondergebracht in scope 3.

Omdat de ontwikkelingen in scope 1 en 2 niet los kunnen worden gezien van de verschuivingen die hierdoor in scope 3 plaatsvinden, heeft Spaarnelanden zich ten doel gesteld door te groeien van trede 3 naar trede 5.

Berekeningsmethodiek

Bij het opstellen van de CO₂-footprint is de methodiek aangehouden zoals wordt voorgeschreven in het door SKAO uitgegeven Handboek CO₂-Prestatieladder versie 3.0 (10 juni 2015). Bij het in kaart brengen van de scope 3 emissies zijn de criteria uit de Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard gehanteerd.

Voor het omrekenen van het energiegebruik naar CO₂-emissies is gebruik gemaakt van CO₂-emissiefactoren (www.co2emissiefactoren.nl). Voor het kwantificeren van emissies in scope 3 is daarnaast ook gebruik gemaakt van industriële data uit de Ecoinvent 3.2 database, emissies zijn berekend met SimaPro 8.5 software. De emissiefactoren voor AdBlue en de Aspen brandstof voor 2- en 4-takt materieel zijn gebaseerd op eigen berekeningen.

Binnen scope 3 ligt het zwaartepunt bij de afvalverwerking. De overige scope 3 emissies die in de inventaris zijn opgenomen zijn vanuit de omvang gezien weliswaar niet relevant maar spelen wel een belangrijke rol in de bedrijfsvoering van SPL.

Documentatie

Alle documentatie met betrekking tot de CO₂-Prestatieladder en de voortgang van de acties kunt u vinden in onderstaande downloads. Hierbij moet worden opgemerkt dat de ketenanalyse nog niet vrijgegeven is voor publicatie. Deze analyse wordt later dit jaar op onze website en de SKAO site gepubliceert:

Certificaten