Naar het overzicht

Uitleg moeilijke woorden

Biodiversiteit, ecologie, ecologisch groenbeheer en klimaatadaptie zijn onmisbaar in de natuur. Lees hier meer over wat deze termen precies betekenen.

Bio­di­ver­si­teit

Biodiversiteit = alle planten en dieren op aarde.

De term ‘bio­di­ver­si­teit’ wordt veel gebruikt als het gaat om de natuur. Als je het woord opsplitst in twee­ën, wordt de bete­ke­nis al met­een een stuk dui­de­lij­ker. Kijk maar: ‘bio’ staat voor leven en ‘diver­si­teit’ staat voor de ver­schil­len­de soor­ten. Als je het hebt over ‘bio­di­ver­si­teit’ dan praat je dus over het leven van de ver­schil­len­de plant- en dier­soor­ten op aar­de. Van bac­te­rie tot bloem, van mos tot mens en van eik tot edel­hert. Al het leven dus!

Een stuk­je ach­ter­grond­in­for­ma­tie: bio­di­ver­si­teit komt voort uit mil­joe­nen jaren evo­lu­tie van de aar­de. Die­ren en planten ont­wik­ke­len zich altijd. Ook wor­den er elke dag weer nieu­we plant- en dier­soor­ten ont­dekt op de wereld. In de ruim 3,5 mil­jard jaar evo­lu­tie zijn er onge­veer 30 mil­jard plant- en dier­soor­ten ont­staan. Zijn die alle­maal nog in leven? Helaas niet. Een flink aan­tal die­ren en planten is weer uit­ge­stor­ven, denk bij­voor­beeld aan de dino­sau­ri­ërs. Als we nu pra­ten over ‘bio­di­ver­si­teit’ dan heb­ben we het over een klein gedeel­te van al het leven op aar­de dat ooit is geweest. Name­lijk: wat er leeft op dit moment.

Eco­lo­gie

Ecologie = een studie van alles dat leeft en groeit.

Het woord ‘eco­lo­gie’ wordt gebruikt voor een spe­ci­fiek vak­ge­bied. Dit vak­ge­bied kun je zien als een soort natuur­stu­die en de men­sen die deze stu­die doen noe­men we ‘eco­lo­gen’. Eco­lo­gen zijn altijd op zoek naar uit­leg en ver­kla­rin­gen voor de rijk­dom aan planten en die­ren in een bepaald gebied. Ze wil­len weten hoe de rela­tie tus­sen plant of dier en hun omge­ving is en vra­gen zich bij­voor­beeld af waar die­ren hun eten van­daan halen. Of hoe het kan het dat er ineens een groep bij­zon­de­re bloemen boven op een berg groeit.

Ook zijn eco­lo­gen ervan over­tuigd dat ver­schil­len­de dier­soor­ten niet zomaar ver­schij­nen of ver­dwij­nen; er is altijd een onder­lig­gen­de reden. Eco­lo­gen gaan op zoek naar die reden. Waar­om komen wei­de­vo­gels steeds min­der voor op het plat­te­land? Of wat is het ver­band tus­sen water in een gebied en het groei­en van moe­ras­plan­ten? En helpt het om een ver­droogd gebied nat te maken en zo de natuur weer tot leven te bren­gen? Eco­lo­gie onder­zoekt dus dier, plant en de omge­ving. Eigen­lijk alles wat er in een bepaald gebied leeft én groeit.

Kli­maat­adap­ta­tie

Klimaatadaptie = aanpassen aan het klimaat.

Het woord ‘adap­tie’ bete­kent aan­pas­sing. Kli­maat­adap­tie is dus de mate waar­in een omge­ving zich kan aan­pas­sen aan het kli­maat. Als het op een bepaal­de plek war­mer wordt, zoals op de Noord­pool, over­le­ven de dier­soor­ten dit dan? Een ver­an­de­ring van kli­maat kan name­lijk gro­te pro­ble­men als gevolg heb­ben. Zeker voor de planten en die­ren die in het gebied wonen. De gevol­gen van kli­maat­ver­an­de­ring zijn over­al ter wereld merk­baar. Ook in Neder­land krij­gen we steeds vaker te maken met dro­ge peri­o­des, gro­te ver­schil­len in tem­pe­ra­tu­ren en extre­me regen­val. Dit zijn teke­nen van uit­put­ting van de aar­de. Het is belang­rijk dat we ons daar bewust van zijn. Door ons steen­tje bij te dra­gen kun­nen we hope­lijk voor­ko­men dat de kli­maat­pro­ble­men in de toe­komst nog erger worden.

Spaarnelanden zet zich dage­lijks in om maat­re­ge­len te nemen tegen dit ver­an­der­de kli­maat. Maar ieder­een kan de natuur een hand­je hel­pen. Hoe klein de han­de­ling ook lijkt (een (gevel)tuintje aan­leg­gen, afval schei­den, over­stap­pen naar 100% groe­ne ener­gie, zon­ne­pa­ne­len nemen, een plas­tic fles­je opra­pen van straat): alle beet­jes hel­pen. En hoe meer men­sen er mee­doen, hoe meer kans we heb­ben op een gezon­de aar­de voor onze kin­de­ren en kleinkinderen.

Eco­lo­gisch groenbeheer

Ecologisch groenbeheer = het beheer van alle planten en dieren in een gebied.

Eco­lo­gisch groen­be­heer is het beheer van al het groen in een bepaal­de omge­ving. Denk aan het onder­hou­den, maai­en, snoei­en, aan­pas­sen en ver­zor­gen van een gebied. En daar­bij staan de planten en die­ren en hun leef­om­ge­ving op num­mer één. Als je spreekt over eco­lo­gisch groen­be­heer dan wordt een gebied onder­hou­den en aan­ge­past naar de leef­om­ge­ving van de planten en die­ren die er wonen.

Een voor­beeld van eco­lo­gisch groen­be­heer is eco­lo­gisch berm­be­heer. Mooie ber­men vol met bloemen, krui­den en insec­ten. Het zor­gen voor zo’n vrucht­ba­re berm valt onder eco­lo­gisch groen­be­heer. Ande­re voor­beel­den zijn het onder­hou­den van natuur­vrien­de­lij­ke oevers en het aan­leg­gen van broed- en schuil­plaat­sen voor dieren.