De wesp

  • Soorten: DE GEWONE WESP (Paravespula vulgaris L.)
  • Familie: Plooivleugeligen (Vespidae)
  • Orde: Vliesvleugeligen (Hymenoptera)

De wesp

De wesp behoort tot de sociaal levende insecten en komt vooral ‘s zomers voor op zandgronden. De gewone wesp is de meest voorkomende wespensoort in Europa. De werksters en koninginnen zijn geel met zwart getekend. Een goed ontwikkeld wespenvolk bestaat uit 5000 of meer wespen.

In het voorjaar (april) legt de koningin het begin van het nest aan op een niet-vochtige plaats, meestal in de grond (in een bestaande spleet of holletje dan wel onder de boom of struik uitgegraven met de kaken) of op andere beschutte plaatsen (spouwmuren, op vlieringen of in schuren). Het min of meer ballonvormige omhulsel en de raten worden gemaakt van met de kaken afgeknaagd zacht hout en andere vezels, dat wordt fijngekauwd en met water of speeksel wordt vermengd tot een grijs of bruingeel papierachtig materiaal. Eind april zet de jonge koningin eitjes af in eicellen van het door haar gebouwde begin van het nest. Het nest wordt verder uitgebouwd door de werksters. Een afgebouwd nest heeft een doorsnede van 20 tot 35 centimeter. De dikte van het dak is ongeveer zes centimeter en van de nestwanden twee tot drie centimeter. Er zijn vaak meerdere nestingangen. Een wespennest wordt slechts één seizoen bewoond.

Waar te vinden?

Bij het optreden van de eerste nachtvorst sterven alle inwoners van het nest, behalve de jonge koninginnen die een verborgen plaats hebben opgezocht om te overwinteren. Deze plaats is niet in het nest, maar op een beschutte plaats in gebouwen, onder afdakjes of in holle bomen.

Hoe hoger de luchttemperatuur, hoe actiever de wespen zich gedragen. Zij gaan van het nest af om voedsel te zoeken in een straal van maximaal één kilometer van het nest. De wespen eten eiwithoudend voedsel, vooral nodig voor het voeden van de larven, door het vangen en consumeren van vliegen, muggen en niet of weinig behaarde insectenlarven. Daarnaast eten ze suikerhoudend voedsel; nectar (uit bloemen), honingdauw (vloeibare scheiding van bladluizen), de braakvloeistof van wespenlarven, vruchtvlees en sap van rijpe vruchten (onder andere pruimen en peren), maar ook limonade, stroop, jam en bier.

De schade die wespen veroorzaken kan hinderlijk van aard zijn indien de invliegopening(en) of het nest zich in de directe omgeving van de mens en/of het huisdier bevindt, alsmede op plaatsen waar aantrekkelijk voedsel voor wespen aanwezig is (bijvoorbeeld bij bakkerijen, fruitbewaarplaatsen en boomgaarden of bij open vuilcontainers). Daarnaast kunnen wespen pijnlijke (bij uitzondering gevaarlijke) steken toebrengen wanneer het nest dreigt te worden verstoord of als wespen in het nauw worden gedreven (bijvoorbeeld als ze per ongeluk tussen kleding bekneld raken).

Wespen zijn daarentegen ook nuttige dieren. Ze vangen en consumeren veel lastige en schadelijke insecten; vooral kamervliegen en steekmuggen. Daarnaast helpen zij mee aan de bestuiving van de bloemen. Mede daarom moeten de nesten die geen gevaar opleveren voor mens en huisdier met rust
gelaten worden.

Hoe te bestrijden?

De wering van wespen is eenvoudig: plaats horren voor open ramen en deuren en fijnmazig gaas voor ventilatieopeningen. Zorg daarnaast voor gesloten vuilcontainers, afvalemmers en dergelijke. Voorkom zoveel mogelijk dat er zich voor wespen aantrekkelijk voedsel nabij woon-, werk en verblijfplaatsen van mens en dier bevindt. Als de ervaring is dat wespen graag de nesten op bepaalde plaatsen in het huis bouwen, dan kunnen er in de winter of het vroege voorjaar weringsmaatregelen worden genomen door het dichten van kieren en naden of het plaatselijk aanbrengen van fijnmazig gaas.

Voor de bestrijding van wespen geldt dat dit alleen is toegestaan indien de populatie gevaar oplevert. Eventuele bestrijdingsacties kunnen worden uitgevoerd en zijn alleen toegestaan door gediplomeerde professionals die over een vakbekwaamheidsbewijs beschikken.