De rat

  • Soort: DE BRUINE RAT (Rattus norvegicus Berkenhout)
  • Familie: Ware muizen (Muridae)
  • Orde: Knaagdieren (Rodentia)

Hoe kunt u rattenoverlast voorkomen of bestrijden?

Heeft u overlast van ratten of wilt u dit voorkomen?
In deze handleiding leest u wat u hier zelf aan kunt doen.

Bruine rat

Bruine ratten zijn over het algemeen grijsbruin van kleur met een lichtere buik. Kleurvariëteiten komen voor en zelfs witte ratten (albino’s). De bouw is stevig met een stompe snuit waarbij de oren goed zichtbaar zijn in de vacht. De dikke, vrijwel kale staart is korter dan het lichaam van de rat. Volwassen ratten hebben een lichaamslengte van 22 tot 30 cm en een maximaal gewicht van ca. 500 gram.

Als cultuurvolger van mensen hebben bruine ratten een groot aanpassingsvermogen. Ze kunnen uitstekend zwemmen, graven en klimmen, waarbij de reuk hun voornaamste zintuig is. Bruine ratten zijn vooral in de nachtelijke uren actief en houden zich overdag verscholen. Kenmerkend voor bruine ratten is hun voedselpatroon: het zijn echte alleseters. Ze eten alles wat maar voorhanden is: granen, knolgewassen, groenten, fruit zowel op het veld als in opslag. Maar ook vlees, vis en vettige producten worden met smaak verorberd.

De schade die bruine ratten veroorzaken is zeer groot. Als dragers van verschillende ziektekiemen vormen bruine ratten een bedreiging voor de volksgezondheid. Ook is het bekend dat ratten veeziekten kunnen verspreiden zoals varkens- en vogelpest. Volwassen ratten hebben 15 – 20 gram voedsel per dag nodig. Dit voedsel vinden ze vooral bij de mens of in inrichtingen die de mens heeft gemaakt. Daar bevuilen ze voedselvoorraden met hun uitwerpselen en urine. Bovendien veroorzaken ze knaagschade aan verpakkingsmaterialen, leidingen en kabels en isolatiematerialen. Door hun graverijen kunnen ratten verzakkingen veroorzaken.

Zodra een populatie te groot wordt voor het territorium vindt migratie plaats. Ze trekken naar andere gebouwen, boerderijen en schuren en liften mee met transporten. Zodra het winter wordt zoeken ze vaak schuilgelegenheid in gebouwen waar ze ook zullen foerageren.

Waar te vinden?

Bruine ratten hebben een voorkeur voor waterrijke milieus. Ze zijn alleseters en komen voor op allerlei plekken zoals rioleringsstelsels, onder en in gebouwen, op plaatsen waar voedsel te vinden is zoals kinderboerderijen, overslagstations van huisvuil, oude vuilnisstortplaatsen, plaatsen waar vogels worden gevoederd, markten, opslagloodsen voor voedingsmiddelen, agrarische bedrijven etc.

Een kolonie bruine ratten heeft een eigen territorium waar geen soortgenoten worden geduld. Een door verdelging vrijgekomen territorium zal snel worden ingenomen door een andere rattenkolonie, tenzij tijdig de juiste weringsmaatregelen zijn genomen. De sporen van bruine ratten zijn te herkennen aan de uitwerpselen die donderbruin/grijs van kleur zijn, een stompe vorm hebben met een lengte van ca. 2 cm en een dikte van 0,5 cm (worstvormig). Bruine ratten maken veelal gebruik van vaste looppaden, waarbij het gras enigszins vertrapt is “rattenpaadjes of wissels”. Langs slootkanten, bij gebouwen of in ruigten vinden we rattenholen.

Om te controleren of de holen nog bewoond zijn, kun je de holen dichttrappen. Binnen 1 dag is het hol weer open bij actieve bewoning. In stoffige ruimten zijn sleepsporen van de staart waar te nemen en pootafdrukken. Randen die veel belopen worden zijn zwart van het buiksmeer en bovendien treffen we daar ook veelal knaagsporen aan.

Hoe te bestrijden?

Om een populatie bruine ratten te beheersen is het noodzakelijk om allereerst preventieve maatregelen te nemen. Dit betekent het voedsel onbereikbaar maken voor ratten door het goed afgesloten te bewaren en op te slaan. Verder is het van groot belang het afval met grote regelmaat af te voeren. Walkanten en terreinen goed onderhouden en maaien, waardoor het moeilijk wordt om daar holen te maken. Het voeren van vogels door het strooien van brood of zaden moet voorkomen worden. Ook bij kinderboerderijen: de dieren niet laten voeren door bezoekers. Ventilatieopeningen in gebouwen moeten niet groter zijn dan 0,5 cm. Stevige, gegalvaniseerde bolroosters in regenpijpen voorkomen dat bruine ratten via regenpijpen in dakgoten kunnen komen.

Tenslotte aandacht voor het riool. Riolen zijn een waar mekka voor bruine ratten. Goed onderhoud aan het rioleringsstelsel is noodzakelijk.

Indien actieve bestrijding met vergif noodzakelijk is, is dat alleen toegestaan door gediplomeerde professionals die over een vakbekwaamheidsbewijs beschikken. Alleen deze professionals kunnen een bruine ratten plaag controleren door een juiste mix van preventieve maatregelen en actieve bestrijding.