Het konijn

  • Soort: HET KONIJN (Oryctolagus cuniculus L.)
  • Familie: Hazen en konijnen (Leporidae
  • Orde: Haasachtigen (Lagomorpha)

Het konijn

Het konijn komt in grote delen van Nederland voor. Konijnen leven in de vrije natuur in grote groepen duin- en heiden gebieden en grasland. Ook treffen we ze aan in taluds, dijklichamen, begraafplaatsen en parken. Een wild konijn herken je aan een grijsbruine vacht met een lichter gekleurde buik. De onderzijde van de staart is wit. Konijnen zijn ongeveer 35 centimeter lang; de staart is tussen vier en acht centimeter. Ze eten alleen plantaardig voedsel zoals weegbree, knollen, kruiden, loten en akkergewassen. We zien de konijnen vooral in de ochtend en de avond (schemerdieren). Overdag rusten ze veelal en zijn ze weinig te zien. Het wilde konijn kan ongeveer negen jaar oud worden.

Waar te vinden?

Konijnen hebben een territorium die ze afzetten met behulp van keutels en urine. Ze maken holen en gangenstelsels met meerdere uitgangen. Ze brengen de meeste tijd door buiten hun holen boven de grond met het zoeken naar voedsel, te rennen en ook te spelen. Onder konijnen zijn een tweetal ernstige ziekten bekend: RHD en myxomatose. Daarmee is de grote populatie die in Nederland leefde, teruggebracht. Konijnen kunnen met hun gegraaf ernstige overlast veroorzaken door verzakkingen, verzwakkingen van taluds en dijklichamen en gangenstelsels op begraafplaatsen. Daarnaast veroorzaken ze overlast op akkers, doordat ze gewassen eten die bestemd zijn voor menselijke consumptie of als veevoeder.

Hoe te bestrijden?

Bij overlast is het mogelijk fretten in te zetten (fretteren). Daarbij zet de jager een fret (roofdier) in die de konijnen uit de holen en gangenstelsels jagen. Buiten de holen vangen de jagers de konijnen in vangkooien. Hiervoor is een vergunning vereist. Voor schadebestrijding kan in een aantal gevallen ook gebruik worden gemaakt van het geweer. Hiervoor is ook een vergunning nodig. Bovendien moet de jager over een jachtakte beschikken.